De lange adem van beton
De bouw verandert. Of beter gezegd: de wereld verandert en de bouw moet mee. Maar wie anders wil bouwen, loopt vaak vast in oude gewoontes, vastgeroeste processen en manier van denken die niet meer past bij de opgave van nu
Het imago van beton wordt negatief beïnvloed door de CO₂-footprint. Maar wie het materiaal benut zoals het bedoeld is (honderden jaren) krijgt er een heel ander plaatje voor terug. Alfons van Woensel, algemeen directeur van Bruil, en Henk Jonkers, hoogleraar Duurzaam Beton aan de TU Delft, over de paradox van beton en de doorbraak die volgens hen écht nodig is.
Wanneer het in de publieke discussie over beton gaat, staat de milieu-impact centraal. Niet geheel onterecht: de productie van cementklinker vraagt om branden bij 1.500 graden en stoot zowel via energie als via chemie flink CO₂ uit. Maar beton is ook het meest gebruikte bouwmateriaal ter wereld, met een eigenschap die in die discussie vaak onderbelicht blijft: het kan honderden jaren meegaan.
De paradox van beton
De eerste denkstap die Jonkers wil maken, is de rekenwijze omdraaien. De milieu-impact van beton wordt nu vooral beoordeeld op het productiemoment. Wie de voetafdruk deelt door het aantal jaren dat een product daadwerkelijk in gebruik is, ziet een fundamenteel ander beeld. "Beton heeft in potentie de mogelijkheid om honderden jaren mee te gaan," stelt hij, "maar in de praktijk zien we dat vaak niet." Een betonnen constructie die na 50 jaar wordt gesloopt terwijl ze nog tientallen jaren mee had gekund, verspilt precies die duurzaamheidswinst die het materiaal in zich heeft.
In de praktijk haalt beton die levensduur zelden. Nederland produceert jaarlijks 35 miljoen ton nieuw beton en sloopt er 15 miljoen ton. Gebouwen verdwijnen na 40 of 50 jaar omdat hun functie vervalt, niet omdat het beton aan het einde van zijn levensduur is.
De oplossing begint bij het ontwerp: gebouwen die van functie kunnen wisselen zonder sloopbal. Maar die extra ontwerpstap sneuvelt als eerste bij kostenoptimalisaties. "Een opdrachtgevende ontwikkelaar denkt al snel: over 40, 50 jaar, wie dan leeft, wie dan zorgt," constateert Van Woensel. Als je de totale levencyclus beschouwt, komen de voordelen van beton veel beter tot hun recht.
Aan het einde van de levenscyclus speelt een ander kwestie: de manier waarop wordt gesloopt. Stoeptegels, funderingen en gevelbeton gaan nu door elkaar, met een laagwaardig granulaat als resultaat. Minder dan 10 procent van het vrijkomende sloopbeton wordt hoogwaardig verwerkt. "Selectief slopen, zorgen dat hoogwaardig beton niet vermengd wordt met ander puin, is de voorwaarde om de keten echt te sluiten," zegt Jonkers.
Innovaties en certificering
De grootste CO₂-reductie op productniveau zit in de klinker. Nederland loopt al decennia voorop in het vervangen van klinker door hoogwaardige hoogovenslakken, een bijproduct van de staalindustrie. Jonkers waarschuwt echter voor een valkuil: het maximaliseren van alternatieve recepturen zonder te kijken naar wat het beton moet doen. "Als de kwaliteit van je beton niet goed is, haal je de beoogde levensduur niet," stelt hij. "En complexere recepten maken hoogwaardig recyclen moeilijker."
De technologie voor duurzamer beton bestaat grotendeels al. Wat ontbreekt, is marktdoorbraak. De rem zit in normen en certificering die gebaseerd zijn op traditionele recepturen. Innovatief beton valt hier per definitie buiten. "Voor innovaties loop je tegen koudwatervrees aan van meerdere schakels in de keten," erkent Van Woensel, "terwijl wij een innovatief product veel grondiger begeleiden dan standaard beton."
De keten in beweging
Voor Van Woensel begint de versnelling bij de vraagkant. Innovaties die klaarliggen, blijven op de plank zolang opdrachtgevers er niet om vragen. "Opdrachtgevers en ontwikkelaars hebben de sleutel in handen: stel keiharde minimale duurzaamheidseisen aan de producten die je toepast. Als ze dat doen, komt de hele keten in beweging."
Jonkers vult aan met een structureel advies: stop met denken in 'beton' als één categorie, en werk met productfamilies die elk hun eigen levensduur- en recyclingstrategie kennen. "De doorbraak ligt in het realiseren dat verschillende betonproducten ieder op hun eigen manier moeten presteren."
De conclusie van beiden is gelijkluidend: de technologie is beschikbaar, de kennis ook. Wat ontbreekt, is een vraagkant die durft te eisen. En een sector die levert wat ze belooft.
Doorbrekers in de Bouw is een podcastserie van VBI over slimmer en duurzamer bouwen. Luister deze aflevering met Alfons van Woensel en Henk Jonkers voor het volledige gesprek over levensduur, alternatieve bindmiddelen, certificering en selectieve sloop, beschikbaar via YouTube of luister via Spotify.